ALTERNATIEVEN VOOR PLASTIC (VAN EEN HALVE EEUW GELEDEN)

Iedereen jammert over de plasticsoep in de oceanen, en doet net alsof plastic verpakkingen een soort natuurverschijnsel zijn. Alsof plastic altijd al werd gebruikt om dranken en voedingsmiddelen te verpakken. Alsof we niet zonder kunnen. Dat is natuurlijk onzin. En wel hierom: toen tante Dora nog een jonge vrouw was, hád je niet eens plastic verpakkingen. Ooit waren er al alternatieven, die mensen in de jaren vijftig en zestig dagelijks gebruikten, tot ieders tevredenheid. Je hoeft dus niet ver te zoeken, met de blik gericht op de oneindige verten. Het enige wat je hoeft te doen, is om terug te schakelen naar de situatie van een halve eeuw geleden. Hier een aantal suggesties uit tante Dora’s jonge jaren:

• Als tante Dora eind jaren vijftig bij de slager om de hoek een onsje gesneden rosbief kocht, dan legde de slager de plakjes op een kartonnen schaaltje, en scheidde het ene plakje rosbief van het andere doormiddel van een stukje vetvrij papier. Vervolgens ging het kartonnen schaaltje in een zakje van vetvrij papier. Er kwam geen plastic aan te pas, en het werkte goed.

• Eind jaren vijftig werden friettentjes en snackbars steeds normaler in het straatbeeld. Frietjes gingen altijd in een papieren zak, en wie dat wenste, kreeg er een houten vorkje bij. Wie nog een (kartonnen) bekertje ijs toe wilde, kreeg een houten lepeltje. Het houten bestek zorgde weleens voor splinters in je lip, maar dat kwam toch heel weinig voor. Het was in ieder geval CO2-neutraal, al had daar toen nog niemand van gehoord.

• Al die soepen en bonenschotels in zakken! Welke idioot heeft dat weer bedacht? Vroeger zaten groenten meestal in glazen potjes. Op die potjes werd statiegeld geheven, wist je dat? Een dubbeltje per potje, dus dat bracht je wel terug. Voor een dubbeltje kon je toen immers twee puntdroppen kopen. De potjes verdwenen niet in de glasbak, maar werden opnieuw gevuld. Wat een halve eeuw geleden kon, kan nu ook.

• Schroeven, spijkers, stekkers en fietslampjes kocht je vroeger in een ijzerwarenwinkel. De bediende achter de toonbank draaide zich om, deed een laatje open, pakte het gevraagde artikel, en zei dan: ‘Dat is een kwartje’. Die spijkers en stekkers waren onverpakt. De spijkers en schroeven gingen los in een papieren zak, en als je dat werkelijk wilde, kon de ijzerboer de losse stekker ook wel in een papiertje wikkelen. Tegenwoordig kopen we onze ijzerwaren in de bouwmarkt, vrijwel altijd in een plastic verpakking die veel groter is dan het ding zelf. Weet je waarom? Om dieven er aan te hinderen om het artikel snel in de broekzak te steken. Door de grote plastic verpakking is dat onmogelijk. Gewoon weer een aantal laatjes achter een toonbank, en het probleem is weg.

Papier, hout en karton waren nog niet zo lang geleden doodgewone verpakkingsmaterialen. Ze verteerden gemakkelijk en dreven niet anderhalve eeuw lang over de oceaan. Lokaal geproduceerd van lokale materialen, zonder chemie. Misschien moet de EU daar maar eens een wetje over aannemen? Dan zijn we hier al veel van de plasticsoep kwijt.

LEES MEER: Ruim drie jaar geleden schreven we over het afscheid van het gratis plastic tasje. Dat is toch ook goed gegaan?

AFSCHEID VAN HET GRATIS PLASTIC TASJE

Dit vind je misschien ook leuk...

4 reacties

  1. Marielouise schreef:

    Helemaal mee eens, zo moeilijk is het allemaal niet.

  2. Olga schreef:

    En zuivel van de melkboer in glazen flessen. Dat is nog niet eens zo heel lang geleden, ik ben van 1973 😉

  3. Nicole Orriëns schreef:

    Dat van die soep in zakken is inderdaad een goed punt van je. Daar had ik niet bij stilgestaan… Die gaan inderdaad bij het afval.

  4. Wil schreef:

    Ook ik ben het daar helemaal mee eens, het kon toen ook, dus waarom nu niet? Ik ben nog van de tijd dat de boodschappen nog voor je gepakt werden door de winkeleigenaar en toen had je geen winkelwagens, al helemaal niet die afgeladen karren die je nu soms ziet, en veel van die spullen zijn inderdaad verpakt in plastic.