DE ANTIMAKASSAR

Gedurende de wintermaanden presenteren we een aantal gebruiksvoorwerpen en producten die heel normaal waren in de jonge jaren van tante Dora, maar die langzamerhand zijn vergeten. Vaak zijn dat voorwerpen en producten die ooit hoorden bij een spaarzame levenswijze. Vandaag in Dora’s ding: de zelf gehaakte antimakassar tegen afgevende vette koppen.

Tante Dora had ze vroeger bovenop de rugleuning van de leunstoelen liggen: antimakassars. Het waren witte, door tante Dora eigenhandig gehaakte kleedjes, die geregeld in de was werden gedaan, en die door nette dames als tante Dora ook nog werden gesteven en gestreken. De antimakassar hoorde bij een verzorgd interieur, en werd vaak vergezeld door eveneens gehaakte kleedjes op de armleuningen.

dora kleedje stoel

Eigenlijk een raar woord: antimakassar. Het woord valt in twee stukken uiteen: in ‘anti’, wat ‘tegen’ betekent, en in ‘makassar’. Makassarolie was een plantaardige olie die vroeger werd gewonnen bij de plaats Makassar op Sulawesi in Indonesië, toen nog Celebes in Nederlands-Indië. De geurige makassarolie werd in de negentiende en vroege twintigste eeuw vooral door heren in hun haar gesmeerd. Mannen droegen toen glimmende, gladde, achterover geplakte kapsels. Bovendien werd er beweerd dat makassarolie de haargroei zou bevorderen. Ook nooit weg.

Vette mannenkoppen

Het gevolg was wel, dat de bovenkant van de rugleuningen van leunstoelen glibberig werden van alle vette mannenkoppen die er tegenaan kwamen. De vetvlekken kreeg je er niet zo makkelijk weer uit. Voorkomen was beter dan poetsen, dus werden er kleedjes gehaakt die de olie konden opnemen, voordat de vettigheid de bekleding kon bereiken. Door de antimakassars regelmatig te wassen, bleef de schade aan het kostelijke meubilair beperkt.

In de tijd van tante Dora was de makassarolie al lang vervangen door Brylcreem, ook zo’n vettig goedje waarmee je je haardos netjes kon vastplakken op je hoofd. In de jaren vijftig gebruikte elke rechtgeaarde ‘vetkuif’ een lik Brylcreem in zijn haar. En ook dat spul gaf op kophoogte lelijke vlekken op de stoelen. Zo beleefde de antimakassar in de jaren vijftig een comeback. En omdat al die vetkuiven voortdurend met hun haar bezig waren, was het ook zinvol om kleedjes te haken voor de armleuningen, waar ze met hun vet geworden vingers aan zaten.

Dora kleedje 2

Inmiddels is de vette plak-look geen haarmode meer. Haargel geeft meestal niet af, en crapauds en andere beklede leunstoelen met hoge rugleuningen zijn ook passé. Bovendien kunnen de meeste vrouwen niet meer haken. Exit de antimakassar. Makassar produceert overigens al heel lang geen haarolie meer, en Brylcreem is eveneens een nostalgische herinnering. Misschien moeten we de haakpatroontjes toch maar bewaren. Je weet maar nooit, of en wanneer er weer een haarplakmode komt.

LEES MEER: Vorige week stond de zeepklopper centraal in Dora’s ding:

http://www.dora-besparen.nl/doras-ding/de-zeepklopper/

 

Dit vind je misschien ook leuk...

2 reacties

  1. Anoniem schreef:

    Wat een leuk stukje! En je hoeft maar te kijken naar de plekken waar je leren bank donkerder wordt, om te zien dat ook zonder crèmes je hoofd en handen altijd wat vet zullen afgeven.

  2. Willem schreef:

    Bedankt voor de uitleg. Ik wist dat het tegen het afgeven van de vette haren was, maar wist weinig van de oorsprong. Wat ik me wel herinner uit 1951, toen de veelal Molukse KNIL-militairen naar Nederland ‘gedeporteerd’ werden , was dat hun haren niet alleen gitzwart waren, maar ook heel anders roken dan ik gewend was. Er werd toen gezegd dat ze kokosolie gebruikten in hun haar.
    Als 7-jarig kind kwam ik ermee in aanraking, omdat er op mijn school opeens een stel donker gekleurde kinderen geplaatste werden. De meesten van mijn leeftijdgenoten wisten, waaronder ikzelf, wisten niet eens dat er mensen bestonden die donker gekleurd waren.
    Binnen onze gemeente waren er drie van die woonoorden/opvangkampen; Schattenberg, Pieterberg en Kamp Mantinge. Het inwoneraantal van de gemeente werd in korte tijd opeens rond 25% groter.