DE OUDERWETSE SCHOOLBANK

Gedurende de wintermaanden presenteren we een aantal gebruiksvoorwerpen en producten die heel normaal waren in de jonge jaren van tante Dora, maar die langzamerhand zijn vergeten. Vaak zijn dat voorwerpen en producten die ooit hoorden bij een spaarzame levenswijze. Vandaag in Dora’s ding: netjes met je armen over elkaar in de ouderwetse schoolbank.

Tegenwoordig zitten basisschoolkinderen in kindvriendelijke stoelen aan ergonomisch verantwoorde tafeltjes, aangepast aan hun lichaam en hun leeftijd. Toen tante Dora nog een schoolmeisje was, zat ze in een schoolbank: twee aan twee in een bank die aan de tafel vastzat, en die maar in twee maten kwam: te groot of te klein.

Foto: Nationaal Onderwijsmuseum Rotterdam

Foto: Nationaal Onderwijsmuseum Rotterdam

Op oude klassenfoto’s zie je ze nog wel eens: ouderwetse schoolbanken. De kindjes zitten netjes met hun armen over elkaar, kijken braaf naar de fotograaf, terwijl de juffrouw of de meester achterin het lokaal toeziet dat niemand zit te klieren. De basisschool heette toen nog ‘lagere school’. Het belangrijkste doel van de lagere school was om kinderen zo goed mogelijk lezen, schrijven en rekenen bij te brengen. Dat ging heel klassikaal: de juf of de meester stond voor de klas, de kinderen luisterden, en maakten de opgaven op het schoolbord in een schrift.

Klassikaal onderwijs

De schoolbank was ideaal voor dit klassikale onderwijs. De kinderen zaten twee aan twee, in rijen achter elkaar, alle ogen gericht op de onderwijzer. De bank bestond meestal uit een onderstel van gietijzer, waarop een harde houten zitbank en een houten lessenaar waren bevestigd. Elke bank kon onwrikbaar aan de bank ervoor of erachter worden gekoppeld, zodat er vanzelf een nette rij ontstond. Het schrijfblad van de lessenaar was een beetje schuin geplaatst, om zo beter te kunnen schrijven. Onder het schrijfblad was een kastje voor de leerboeken, en rechts bovenaan het schrijfblad zat een afsluitbare inktpot. Ballpoints werden niet gebruikt: de kinderen schreven met een (kroontjes)pen, gedoopt in blauwe inkt.

Wie korte beentjes had, of als kind wat lang van postuur was, had pech. Een stoel aanschuiven of het werkblad aanpassen zat er niet in. Er waren wel grotere en kleinere maten schoolbanken, maar het paste zelden helemaal goed. Je zat altijd twee aan twee, meestal geselecteerd op lengte. De leerling naast je was dus niet vanzelf je beste vriend of vriendin. Als je bankgenoot vervelend was of niet lekker rook, dan had je pech.

Dora wijsheid aap noot mies

Afkijken was wel heel gemakkelijk. Je zat zo dicht op elkaar, dat een snelle blik opzij al veel informatie opleverde. Daarom liep de onderwijzer tussen de rijen met banken, om erop te letten dat niemand afkeek bij het maken van de rekensommen. En oh wee je gebeente als je toch afkeek! Dan moest je in de hoek staan of strafwerk maken. Discipline en braafheid waren nog heel belangrijk, ook in de rest van de maatschappij. Als je klaar was, moest je met je armen over elkaar gaan zitten, en niet praten met andere kinderen. Op het rapport stonden cijfers voor vlijt en gedrag.

 Losse tafels en stoelen

In de loop van de jaren zestig werden de schoolbanken vervangen door losse tafels en stoelen, in het begin nog wel met kastjes voor de boeken en met een inktpot. Voor de orde in de klas was dat geen verbetering. Kinderen gingen wippen en achterover hangen in de stoelen, en met de tafels werd flink gezeuld en gebonkt. Daardoor klotste de inkt uit de inktpotjes en liep in de kastjes eronder, waardoor er grote blauwe vlekken in de schriften en schoolboeken kwamen. Ook dan kreeg je weer straf, want door straf leerde je hoe het hoorde.

Dora wijsheden koning kroontjespen

Nee: schoolbanken waren misschien handig als opbergplaats voor leerlingen, maar erg kindvriendelijk waren ze niet. Maar ja, het hele onderwijs was vroeger niet erg kindvriendelijk. Kinderen wisten niet beter, toen. Nu tante Dora al lang volwassen is, weet ze dat maar al te goed, helaas.

LEES MEER: Vorige week in Dora’s ding, de zuinige schrik van de jaren vijftig: het pindabakje:

http://www.dora-besparen.nl/doras-ding/pindabakjes/

 

Dit vind je misschien ook leuk...

3 reacties

  1. Anoniem schreef:

    En de vervelende jongens achter je deden soms je vlecht in hun inktpot, vertelde mijn moeder!

  2. Mie schreef:

    Ik had als kind zo’n ouderwetse schoolbank thuis en ik heb die gehad tot ik in 2008 terug alleen ging wonen na een relatiebreuk. Tot 2003 stond ze in mijn woonkamer en toen ging ik samenwonen en belandde ze in de schuur tot we binnen gerenoveerd hadden en ze weer naar binnen kon. Maar die renovatie kwam er maar niet en de relatie sprong en ik had geen plek meer in mijn nieuwe woning. Na een paar jaren nog verder te hebben staan verpieteren in de schuur van mijn ex, nam een vriendin ze in huis, maar ze bleek al die jaren in de schuur niet goed doorstaan te hebben en ondertussen in slechte staat te zijn. Zeer erg vond ik dat… . Ik neem het mijn ex erg kwalijk dat hij zo nonchalant met mijn spullen omging.

  3. Willem schreef:

    Die klassenfoto had ook in mijn lagereschooltijd (1951-1957) gemaakt kunnen zijn, al zie ik meteen twee in het oog springende verschillen; er stonden 4 rijen banken en we hadden geen gasverlichting, maar er hingen van die ronde bollampen aan het plafond die erg geel licht gaven. Voor mij een probleem, want al van kindsbeen af heb ik er problemen mee om kleuren goed te onderscheiden en dat gelige lamplicht is er niet echt bevorderlijk voor.
    Schrijven met de pen en inkt ging op zich wel goed, zolang het maar niet hoefde in dat vermaledijde koordschrift; rechtop of schuins, ik heb geen van beide ooit onder de knie gekregen en het vak schrijven is mijn hele lagereschooltijd de vaste onvoldoende geweest op het rapport. Het onderwijssysteem was toen nog zo dat je vaak nablijven moest om vakken waar je ‘zwak’ in was bij te spijkeren. Mijn schatting is dat op die manier mijn lagereschooltijd, als je de nablijfuren erbij telt, wel een jaar langer geduurd heeft. En ik bleef die onvoldoende houden op schrijven. Heb na mijn lagereschooltijd dan ook nooit meer dat door mij onderhand zeer gehate koordschrift gebruikt.
    Mijn ultieme wraak op de schoolmeesters en -juffen kwam toen, al achter in de twintig, een bankrekening opende waarvoor de nodige formulieren ingevuld moesten worden. “Oh, wat is dat netjes geschreven dat hoef ik allemaal niet over te typen” was het spontane commentaar van de baliemedewerkster. Al was ik al meer dan 15 jaar van die lagere school af en had sindsdien nooit meer een meester of juf ervan gezien; het deed me echt goed.