HET HUISHOUDBOEKJE IS NOG STEEDS ACTUEEL

In de jaren vijftig hadden huisvrouwen (vrouwen beheerden vroeger de familiefinanciën!) een huishoudboekje. Daarin schreven ze nauwkeurig de inkomsten en de uitgaven op, in de hoop niet meer geld uit te geven dan er binnen was gekomen. Na de zuinige jaren vijftig werd geld uitgeven een volkssport, en werd het spaarzame huishoudboekje bij het oud papier gedaan.

Tegenwoordig zijn er weer meer mensen die een dergelijk kasboekje bijhouden. In zo’n boekje schrijf je bijvoorbeeld de uitgaven op, die je in de loop van de week doet. Als je op zondagmiddag alles bij elkaar optelt, weet je wat je die week hebt uitgegeven. En je ziet meteen of dat meer of minder was dan normaal. Waarbij je er natuurlijk naar streeft om minder uit te geven. Dat lukt niet altijd, maar de wens is de vader of moeder van de gedachte, zoals het spreekwoord luidt. Als je volhoudt, dan moet het lukken.

Uitgavenpatroon

Hier een aantal manieren waarop een huishoudboekje meer informatie geeft over jouw uitgavenpatroon. Door creatief te rekenen met de cijfers uit je huishoudelijke kasboek, kun je inderdaad patronen ontdekken. Vaak kun je pas effectief besparen als je bepaalde vastgeroeste patronen te doorbreekt. Hoe? Hier een aantal suggesties:

  • Als je wekelijks de kas opmaakt kun je na enige tijd zien, wat voor jou een normaal uitgavenpatroon is. Jouw uitgaven draaien meestal rond een bepaald niveau. Zit je deze week boven je gemiddelde? Doe het dan volgende week zuiniger aan. Zie je elke week een permanent stijgende lijn in je uitgaven? Kijk dan waardoor je structureel meer uitgeeft. Als je sinds een maand elke werkdag een broodje op het station koopt, dan zal je dat in je uitgavenpatroon kunnen terugzien. Als je die extra uitgaven oké vindt, dan laat je het zo. Als je het niet wilt, dan kun je ermee stoppen.
  • Zet ook in je huishoudboekje, WAARAAN je je geld uitgeeft. Zo kun je over bijvoorbeeld een half jaar terugkijken waaraan je veel of weinig geld hebt uitgegeven. Als je bijvoorbeeld in zes maanden tijd vijfhonderd euro aan tijdschriften hebt gespendeerd, en je vindt dat eigenlijk teveel, dan kun je je voornemen om voortaan gericht minder of helemaal geen tijdschriften meer te kopen. Over nog een half jaar zie je die besparing gegarandeerd terug.
  • Hoeveel geef je uit aan voedsel? Wie minder geld te besteden heeft, zal waarschijnlijk het meeste geld aan eten en aan andere dagelijkse boodschappen spenderen. Klopt dat? Of geef je wekelijks meer uit aan kleding? Let op de balans in jouw krappe portemonnee.
  • Let eens op de seizoenswisselingen. In de zomer, als er volop verse groenten en fruit zijn, zul je waarschijnlijk minder uitgeven aan eten dan in de dure winter. Terwijl je in de winter waarschijnlijk vaker de bus pakt en dus duur uit bent, in tegenstelling tot de zomer, als je vaker kunt fietsen.

Kritisch

Een huishoudboekje laat je niet alleen zien DAT je geld uitgeeft, maar ook waaraan, en hoe vaak. Als je kritisch naar die informatie leert kijken, kun je plekken ontdekken waar geld onnodig uit je portemonnee weglekt. Als je weet waar de zwakke plekken in jouw budgetplanning zitten, dan kun je die corrigeren. Dat helpt je spaarzaam, of nóg spaarzamer te zijn.

LEES MEER:   Het klinkt misschien een beetje saai, maar besparen kan alleen met behulp van rekenen:

http://www.dora-besparen.nl/gedachte-van-de-dag/besparen-gaat-niet-zonder-een-beetje-rekenen/

 

You may also like...

1 reactie

  1. liesbet schreef:

    Ik noteer elke inkomst en uitgave in een oude agenda zo heb ik een heel duidelijk zicht wat erin komt en wat eruit gaat. Bij uitgaven noteer ik de naam van de winkel, de datum en het bedrag dat ik heb uitgegeven. Ik splits dus niet op in voeding, huishoudartikelen,…. Ik heb wel een aparte rubriek “extra kosten” en daarin noteer ik uitgaven van bv tandarts, kleding, schoeisel, jaarlijks terugkerende verzekeringspremies,….
    Het bedrag dat ik maandelijks spendeer aan voeding en huishoudproducten is zeer wisselend aangezien als er een product in aanbieding staat, ik daar een voorraad van koop. Sommige maanden vallen daardoor dus duurder uit of andere maanden waarin ik dan minder uitgeef omdat ik meer producten uit de voorraad kan halen. Door te anticiperen en op voorhand te kopen, betaal ik zelden de volle prijs voor een product. Vlees, vis, groenten die ik in aanbieding koop, steek ik in de diepvriezer voor later gebruik.